Adem-kracht

Morihei Ueshiba is de grondlegger
van de prachtige, niet competitieve Aikido sport. Hij was een tijdgenoot van Mikao Usui.

Zijn leerling Koichi Tohei richtte de Ki-Society op en vormde daarmee de Aikido richting die de krachtige Ki toepassing in het dagelijkse leven mogelijk maakte. Het is daarmee een andere stroming binnen de Aikido wereld, maar een die zeer goed de beoefening van het spirituele pad van Reiki ondersteunt. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat de methode van Tohei over de hele wereld veel wordt gebruikt in de Reiki wereld.

Meer informatie over de twee Aikido leraren is makkelijk te vinden op Internet.

Hier volgt een artikel dat Rolf Holm schreef voor het blad Onkruid in 1986.
Het bestaat hier uit twee delen; Ki-kracht en Adem-kracht.
Verder een paar oefeningen. Tezamen vormden ze het artikel dat in januari 1987 in Onkruid werd gepubliceerd. Bron: Onkruid januari 1987.
Door Rolf Holm. ©

Natuurlijk ademen, zoals kinderen

Aalt Aalten nu, artikel is van 1987

De Ki-stroom krijg je het eenvoudigst door de adem binnen.

Om het steunpunt te handhaven, wat vaak niet eenvoudig is, kun je de adem ter ondersteuning gebruiken. De ki-school van Aalt Alten gaat uit van natuurlijke ademen, zoals dat nog is waar te nemen bij kinderen en dieren. Over het algemeen is het adempatroon bij volwassenen veranderd en ademt men meer oppervlakkig en hoger in de borst. Veel mensen raken in de war bij de kleinste aanwijzing. Ook op het weekend is die verwarring merkbaar als Aalt vraagt de buik los te laten, wanneer je inademt. Want meestal gaat het andersom. Men leert zichzelf observeren. Wat gebeurt als je ademt? Is het hoorbaar, span je je tong, breng je het borstbeen omhoog, enzovoort.

Bij het inademen wordt het middenrif, een grote spier die de romp in tweeën verdeelt, even boven de maag en onder de longen, ontspannen. Deze beweegt dan omlaag. Dat kan alleen maar wanneer de buik, de bekkenbodem,, billen en onderrug zich ontspannen. Dus inademen is het ontspannen van het hele onderlichaam. Het  middenrif neemt ongeveer 70 % van de adembeweging voor zijn rekening. Dat betekent dat het 8 tot 12 cm omlaag kan gaan. Bij veel mensen beweegt het slechts 1 a 2 centimeter, net genoeg om niet dood te gaan. In het eerste geval gebruik je je minstens 35 % van de energie die de adem oplevert, in het tweede geval is dat ongeveer 5 %. Er zijn een paar voorwaarden voor die goede adembeweging. Dat is als eerste: Een juiste houding. Dit houdt in dat je rechtop gaat. Hierdoor ontstaat een ontspannen en open keel gebied, de tong ontspant zich, het bekken kantelt dan licht, zodat de onderrug langer wordt en de liezen meer open, bovenbenen en knieën  kunnen dan los gelaten worden.

Ook nodig voor een goede adembeweging is een zacht lichaam. Een baby is zacht een heeft een geweldige sterke energie. Wanneer dat kind wat ouder wordt, ontwikkelt het al wat blokkades en wordt het stijver. Een volwassene heeft heel wat verkrampingen en een bejaarde is behoorlijk stijf over het algemeen. Bij de dood is de stijfheid compleet.


Oud zijn hoeft niet te betekenen dat je stram bent. De oude Japanse Aikido-meesters zijn met hun 85 jaar het meest sterk en snel en wijs. Zolang wij leven is het niet de bedoeling om te verstijven.
Iedere verstijving is een stukje dood, tijdens het leven. Dit zou je langzame zelfmoord kunnen noemen.

Verder is een soepele wervel kolom voorwaarde voor een geode adembeweging. “Men is zo oud als  zijn wervelkolom” is een gezegde. De wervelkolom is het levenskanaal.

Het Japanse zwaard is de weergave van de wervelkolom.

De voorkant is scherp; de achterkant is de ondersteunende kant. Met de voorkant kan alleen maar goed gewerkt worden als de achterkant (onder) steunt en sterk is. Zoo ok het lichaam. We handelen met de voorkant, maar de achterkant moet ondersteunen om werkelijk te kunnen bewegen. Natuurlijke adembeweging is alleen maar mogelijk wanneer de rug recht is en soepel is.

1987 Onkruid, door Rolf Holm ©